Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2002
Alinea 95 Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2383.
Om bij het begin te beginnen: de onzekerheidsexceptie vindt, net als de opschortings-rechten in het algemeen, haar basis in de redelijkheid en billijkheid. In de parlementaire geschiedenis van het artikel wordt het aldus uitgedrukt: wanneer iemand die zich heeft verplicht het eerst te presteren, naderhand moet ervaren dat door onvoorziene omstandigheden ernstig gevaar dreigt dat de wederpartij, wanneer zij aan de beurt is, harerzijds niet zal nakomen, is het niet redelijk hem zonder meer aan zijn verplichting te houden(18) gezien - zo voeg ik toe - het quid-pro-quo-karakter van de over en weer bedongen prestaties. Het is daarom verdedigbaar de exceptie op deze redelijkheidsgrond reeds naar oud recht te erkennen, ook al is dit naar oud Nederlands recht noch in de literatuur bepleit, noch in de rechtspraak aanvaard.(19)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdb176fbb9fedfd8c59c7b5562134c4eab38373221791b3817e1a5de745d83f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdb176fbb9fedfd8c59c7b5562134c4eab38373221791b3817e1a5de745d83f5, en de alinea staat in dat document op bytes 45130 tot 45972.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fdb176fbb9fedfd8c59c7b5562134c4eab38373221791b3817e1a5de745d83f5 | shasum -a 256