Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002
Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2386.
7) Bij akte van appel van 13 maart 2000 hebben [eiseres] en de beide andere gedaagden in de eerste aanleg (namelijk [betrokkene 4] en diens stiefvader) verklaard in hoger beroep te komen van het vonnis van 15 februari 2000. In die akte werd dat vonnis aangeduid als te zijn gewezen tussen de appellanten als gedaagden, en [betrokkene 1] en [betrokkene 2] - te weten de ouders van [verweerder]. Zoals in alinea 4 al vermeld, waren die in de inleidende processtukken als formele procespartijen (nl. als de wettelijke vertegenwoordigers van [verweerder]) aangeduid, maar hadden zij ook op persoonlijke titel schadevergoeding gevorderd. De schadevordering op persoonlijke titel was echter afgewezen. [Eiseres] c.s. hadden er dus geen belang bij om te dien aanzien verder te procederen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/deaa7c363450f77a7be805beefe4d5d152f0d132acddfcde3204ae45870e2851. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt deaa7c363450f77a7be805beefe4d5d152f0d132acddfcde3204ae45870e2851, en de alinea staat in dat document op bytes 7454 tot 8248.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/deaa7c363450f77a7be805beefe4d5d152f0d132acddfcde3204ae45870e2851 | shasum -a 256