Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2386.

11) Vervolgens is het in cassatie bestreden vonnis gewezen. Daarin wordt overwogen dat door [betrokkene 3] (de stiefvader van [betrokkene 4]) en [betrokkene 4] niet van grieven is gediend en dat het hof geen ambtshalve bezwaren tegen het eindvonnis koestert, wat deze appellanten betreft (rov. 4.1). Verder wordt overwogen dat de grieven van [eiseres] zich niet richten tegen het eindvonnis voorzover dit betreft de beslissingen tussen [eiseres] en de geïntimeerden(4), en dat ook wat deze beslissingen betreft het hof geen ambtshalve bezwaren koestert (rov. 4.2). Het hof bekrachtigde in het principaal appel dan ook het vonnis waarvan beroep (rov. 4.3 en dictum). Het hof verstaat vervolgens dat door appellanten geen hoger beroep is ingesteld tegen het vonnis voorzover gewezen tussen hen en [verweerder], omdat uit de appelakte is op te maken dat slechts de ouders van [verweerder] als geïntimeerden in hoger beroep zijn betrokken (rov. 4.4 t/m 4.6 en dictum). Daarop aansluitend oordeelde het hof dat [verweerder] in zijn incidenteel appel niet-ontvankelijk is, nu hij immers in het principaal hoger beroep geen partij was en de appeltermijn ten tijde van het instellen van het incidenteel appel reeds was verstreken. Voor het overige bevestigde het hof ook in het incidenteel appel het vonnis waarvan beroep.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/deaa7c363450f77a7be805beefe4d5d152f0d132acddfcde3204ae45870e2851. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt deaa7c363450f77a7be805beefe4d5d152f0d132acddfcde3204ae45870e2851, en de alinea staat in dat document op bytes 9935 tot 11264.