Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2386.

18) Zoals bekend wordt intussen ook in het meer formele, op professionele procesvertegenwoordigers toegesneden Nederlandse procesrecht gestreefd naar een zinvolle toepassing van de procesrechtelijke vormvoorschriften. Daarbij is het uitgangspunt dat het procesrecht erop gericht moet zijn om een deugdelijke, efficiënte en eerlijke beoordeling van het materiële geschil van de procespartijen mogelijk te maken. Uit dat uitgangspunt vloeit voort dat aan processuele formaliteiten alleen dan sancties (moeten) worden verbonden als, en voorzover, dat ertoe bijdraagt dat de procesgang deugdelijk, efficiënt en eerlijk verloopt; en dat processuele vormverzuimen niet (mogen) worden aangegrepen als een beletsel om de materiële strijdvraag ten gronde te beoordelen, tenzij er sprake is van een verzuim dat werkelijk tot de betreffende sanctie noopt(13). In het minder formele procesrecht van de Nederlandse Antillen, gericht op de niet-professionele procesvoerende, zijn de redenen die voor een soepele en "sinngemässe" toepassing van processuele vormvoorschriften pleiten meer, en niet minder klemmend dan in het Nederlandse procesrecht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/deaa7c363450f77a7be805beefe4d5d152f0d132acddfcde3204ae45870e2851. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt deaa7c363450f77a7be805beefe4d5d152f0d132acddfcde3204ae45870e2851, en de alinea staat in dat document op bytes 16159 tot 17310.