Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2386.
20) Dat betekent dat ik de klachten onder nr. II sub 1 e.v. van het middel als gegrond zou beoordelen, als het bestreden vonnis zo zou moeten worden begrepen dat het hof daarin heeft aangenomen dat aan de verklaring van appel wèl beslissende betekenis toekomt voor de vraag wie er als geïntimeerde in de appelprocedure moet worden aangemerkt. De verklaring van appel behoeft dat niet aan te geven; en bovendien moet, ook om de in alinea's 25-27 hierna nog te bespreken redenen, een uitleg van een dergelijke verklaring waarbij de aanduiding van de geïntimeerde(n) wèl als beperkend (bedoeld) wordt aangemerkt, kritisch worden bejegend. Overigens: het is de vraag of de bestreden beslissing van het hof op de opvatting berust dat de verklaring van appel in dit opzicht de omvang van het appel bepaalt, dan wel op een (te) beperkte lezing van de in deze zaak ingediende akte van appel; maar zoals in alinea 29 hierna te bespreken, moet volgens mij wel worden aangenomen dat die beslissing in enig opzicht gebrekkig is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/deaa7c363450f77a7be805beefe4d5d152f0d132acddfcde3204ae45870e2851. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt deaa7c363450f77a7be805beefe4d5d152f0d132acddfcde3204ae45870e2851, en de alinea staat in dat document op bytes 18631 tot 19665.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/deaa7c363450f77a7be805beefe4d5d152f0d132acddfcde3204ae45870e2851 | shasum -a 256