Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2386.
Gegeven dat de wet niet voorschrijft dat in de verklaring van appel wordt opgegeven tegen wie het appel gericht is en dat ook mededeling van (de precieze inhoud van) de verklaring van appel aan de geïntimeerden niet is voorgeschreven, moet wel het uitgangspunt van de wet zijn dat de memorie van grieven, althans waar een memorie van grieven wordt ingediend, vaak de eerste uitlating van de appellant zal zijn waaruit kan worden opgemaakt wat de strekking van het appel is, en daarbij ook: wie de partijen zijn tegen wie de in appel ingebrachte bezwaren specifiek gericht zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/deaa7c363450f77a7be805beefe4d5d152f0d132acddfcde3204ae45870e2851. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt deaa7c363450f77a7be805beefe4d5d152f0d132acddfcde3204ae45870e2851, en de alinea staat in dat document op bytes 20279 tot 20870.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/deaa7c363450f77a7be805beefe4d5d152f0d132acddfcde3204ae45870e2851 | shasum -a 256