Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2386.

24) Dat leidt tot de slotsom dat de memorie van grieven van belang kan zijn voor de beoordeling wie er als partijen in het appel moeten worden aangemerkt, maar dat ook dat stuk daarvoor niet beslissend is. Per saldo moet de appelrechter ambtshalve beoordelen of het in eerste aanleg gewezen vonnis juist gewezen is. De posities die de partijen in dat opzicht hebben ingenomen zijn, hoewel ongetwijfeld van belang, voor de vraag wat de appelrechter te beoordelen heeft niet doorslaggevend. In een systeem als het Nederlands-Antilliaanse komt het uiteindelijk (alleen) aan op een beoordeling van de juistheid van het in eerste aanleg gewezen vonnis, zonodig met voorbijgaan aan wat de partijen daarover (al-dan-niet) in het midden hebben gebracht (waarbij onverminderd geldt dat de rechter ervoor moet waken dat aan de grondregels van eerlijke procesvoering niet tekort wordt gedaan).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/deaa7c363450f77a7be805beefe4d5d152f0d132acddfcde3204ae45870e2851. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt deaa7c363450f77a7be805beefe4d5d152f0d132acddfcde3204ae45870e2851, en de alinea staat in dat document op bytes 22334 tot 23229.