Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2386.
31) Daarom meen ik dat de onderdelen 1.1, 1.3 en 1.4 van het middel gegrond zijn. Dat zo zijnde, behoeft de stelling van onderdeel 1.2 niet te worden onderzocht. Ik zou overigens menen dat in het rijkelijk theoretische geval dat een appellant werkelijk ondubbelzinnig blijk heeft gegeven van de wens zijn appel te beperken, er geen ruimte is voor "herstel", als betrof het een voor de wederpartij geredelijk kenbare vergissing. De grootheden "ondubbelzinnige verklaring" en "voor de wederpartij kenbare vergissing" sluiten elkaar overigens wederzijds uit. In de gevallen waarop onderdeel 1.2 van het middel ziet, moet de oplossing worden gezocht in toepassing van de eerder verdedigde (uitleg)regels, en niet in een "subsidiaire" herstelmogelijkheid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/deaa7c363450f77a7be805beefe4d5d152f0d132acddfcde3204ae45870e2851. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt deaa7c363450f77a7be805beefe4d5d152f0d132acddfcde3204ae45870e2851, en de alinea staat in dat document op bytes 31917 tot 32680.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/deaa7c363450f77a7be805beefe4d5d152f0d132acddfcde3204ae45870e2851 | shasum -a 256