Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002

Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2386.

33) De premisse waarop dit oordeel berust, nl. dat de akte van appel zo mag worden beoordeeld als het hof hier lijkt te hebben gedaan, wordt blijkens het eerder besprokene volgens mij terecht bestreden. Bovendien meen ik dat de in het arrest van 8 mei 1992 geformuleerde regel ook dan opgaat, als in de akte van appel wèl wordt aangegeven wie de appellant als geïntimeerden aanmerkt - ik liet al eerder blijken dat dat laatste in mijn opvatting onverlet laat dat de appelrechter bij zijn ambtshalve beoordeling van de zaak (ook) in dit opzicht tot een ander oordeel kan komen dan de appellant zelf. Alleen voor het geval de appellant ondubbelzinnig aangeeft dat hij zijn appel tot een gedeelte van de oorspronkelijke wederpartijen wil beperken (en ook de andere belanghebbende procespartijen geen "uitbreiding" van het appel bewerkstelligen(24)) is dat dus volgens mij anders. Miskenning van de hier besproken regels wordt echter in middelonderdeel 2 niet aan de orde gesteld(25).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/deaa7c363450f77a7be805beefe4d5d152f0d132acddfcde3204ae45870e2851. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt deaa7c363450f77a7be805beefe4d5d152f0d132acddfcde3204ae45870e2851, en de alinea staat in dat document op bytes 33576 tot 34571.