Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002
Alinea 85 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2386.
22 Ik put voor de hier verdedigde gedachte ook (enige) steun uit het namens [eiseres] te hulp geroepen arrest HR 11 oktober 2000, NJ 2000, 637. In die zaak werd verdedigd dat cassatieberoep tegen een partij die niet in de in onteigeningszaken voorgeschreven cassatieverklaring was genoemd, niet ontvankelijk was. Dat betoog werd verworpen met de overweging dat uit de cassatieverklaring niet kon worden afgeleid dat de in cassatie komende partij beoogde, slechts ten aanzien van enige onderdelen van de bestreden beslissing beroep in te stellen. Die overweging is zeer wel te verenigen met de gedachte: geen beperkte uitleg van een cassatie (of appel-)verklaring, tenzij ondubbelzinnig van de bedoeling blijkt dat het beroep een beperkte strekking heeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/deaa7c363450f77a7be805beefe4d5d152f0d132acddfcde3204ae45870e2851. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt deaa7c363450f77a7be805beefe4d5d152f0d132acddfcde3204ae45870e2851, en de alinea staat in dat document op bytes 43199 tot 43967.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/deaa7c363450f77a7be805beefe4d5d152f0d132acddfcde3204ae45870e2851 | shasum -a 256