Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2002

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2639.

7. Uit de arresten HR 23 oktober 2001, NJ 2002, 77, en HR 23 april 2002, LJN AD8860, volgt dat de raadsman die ter terechtzitting niet uitdrukkelijk verklaart dat hij door de aldaar niet verschenen verdachte bepaaldelijk is gemachtigd tot het voeren van de verdediging, geen van de hem bij de wet toegekende rechten en bevoegdheden kan uitoefenen, behoudens het voeren van het woord ter toelichting van de afwezigheid van de verdachte en het verzoeken om aanhouding van de behandeling van de zaak met het oog op de effectuering van het aanwezigheidsrecht van de verdachte of ten behoeve van het alsnog verkrijgen van een machtiging als hiervoor bedoeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00757a67caec6179af7a486f989a4e1b702471a54654d844afaf76603d946ee5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00757a67caec6179af7a486f989a4e1b702471a54654d844afaf76603d946ee5, en de alinea staat in dat document op bytes 7059 tot 7725.