Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2642.
18. Voor toewijzing van een vordering tot schadevergoeding als bedoeld in art. 51a, eerste lid, Sv komt alleen die schade in aanmerking die rechtstreeks is geleden door het strafbare feit. Men moet zijn getroffen in een belang dat door de overtreden strafbepaling wordt beschermd, aldus de memorie van toelichting (Kamerstukken II 1989/1990, 21345, nr. 3, p. 11). De opgegeven materiële kosten voldoen niet aan dit criterium.(1) Er is geen sprake van een rechtstreeks verband tussen de schade en het strafbare feit. De opgegeven kosten kunnen derhalve niet gezien worden als rechtstreekse schade van het strafbaar feit. De afwijzing van de materiële vordering van de benadeelde partijen door het hof is derhalve mijns inziens dan ook terecht, wat er zij van de daartoe gebezigde motivering. In cassatie is het oordeel van de feitenrechter dat aannemelijk is geworden dat een benadeelde partij tot een bepaald bedrag schade heeft geleden slechts op zijn begrijpelijkheid te onderzoeken, waarbij in aanmerking wordt genomen hetgeen door de benadeelde partij naar voren is gebracht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e671f6ccccc5920c8b93b382339e64352803c1548c0697d0ae2da987e915cf1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e671f6ccccc5920c8b93b382339e64352803c1548c0697d0ae2da987e915cf1d, en de alinea staat in dat document op bytes 15366 tot 16461.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e671f6ccccc5920c8b93b382339e64352803c1548c0697d0ae2da987e915cf1d | shasum -a 256