Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2642.

24. Het namens de benadeelde partijen voorgestelde tweede middel klaagt erover dat het hof door de aanvulling van de vordering af te wijzen art. 6 EVRM heeft geschonden. Het middel stelt dat indien de benadeelde partijen de kosten die direct samenhangen met de behandeling van de vordering in hoger beroep niet in het strafproces alsnog kunnen vorderen ten onrechte voor de benadeelde partijen financiële drempels worden opgeworpen die de mogelijkheid voor de benadeelde partijen op toegang tot de rechter beperken. Bovendien zou er sprake zijn van strijd met het equality of arms-beginsel, indien de benadeelde partijen zouden moeten afzien van het in persoon bijwonen van de zitting en het zelf mondeling kunnen toelichten van de vordering, als de benadeelde partijen deze kosten niet via de procedure van artikel 51a Sv alsnog kunnen vorderen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e671f6ccccc5920c8b93b382339e64352803c1548c0697d0ae2da987e915cf1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e671f6ccccc5920c8b93b382339e64352803c1548c0697d0ae2da987e915cf1d, en de alinea staat in dat document op bytes 18447 tot 19307.