Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002
Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2642.
30. Art. 6 EVRM brengt derhalve mee dat het recht tot toegang tot de rechter voor alle procespartijen gelijk is en dat de partijen gelijkelijk toegang hebben tot dossiers en andere processtukken. Ten aanzien van het equality of arms-beginsel heeft het EHRM bepaald dat "each party must be afforded a reasonable opportunity to present his case - including his evidence - under conditions that do not place him in a substantial disadvantage vis-à-vis his opponent" (Dombo Beheer BV v. Nederland, EHRM 27 oktober 1993, NJ 1994, 534). In de onderhavige zaak heeft het hof de benadeelde in voldoende mate gelegenheid gegeven de vordering toe te lichten. Bovendien heeft het hof op de voet van art. 361, vijfde lid, Sv een beslissing gegeven over de verwijzing in de kosten door de benadeelde partijen en verzoeker gemaakt. Zoals hierboven al opgemerkt is het recht niet absoluut. Niet valt in te zien dat de benadeelde partijen in een "substantial disadvantage" zijn gebracht doordat zij hun reis- en verdere onkosten niet vergoed hebben gekregen. Van schending van art. 6 EVRM kan mijns inziens geen sprake zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e671f6ccccc5920c8b93b382339e64352803c1548c0697d0ae2da987e915cf1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e671f6ccccc5920c8b93b382339e64352803c1548c0697d0ae2da987e915cf1d, en de alinea staat in dat document op bytes 21679 tot 22802.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e671f6ccccc5920c8b93b382339e64352803c1548c0697d0ae2da987e915cf1d | shasum -a 256