Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002

Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2642.

31. De in het middel ondernomen vergelijking met een verdachte die - zoals in het onderhavige geval - geen verlof hoeft op te nemen en geen onkosten heeft aangezien hij recht heeft op een ambtshalve toevoeging, en zich derhalve ten opzichte van de benadeelde partijen, in een bevoordeelde positie zou bevinden, gaat niet op, reeds omdat het de Staat is die een verdachte in rechte betrekt, terwijl de voegingsvoorschriften in het Wetboek van Strafvordering uitgaan van een civiel partij-initiatief.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e671f6ccccc5920c8b93b382339e64352803c1548c0697d0ae2da987e915cf1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e671f6ccccc5920c8b93b382339e64352803c1548c0697d0ae2da987e915cf1d, en de alinea staat in dat document op bytes 22822 tot 23333.