Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002

Alinea 136 Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2761.

53. Uit de inleidende opmerkingen die het Hof heeft doen voorafgaan aan de puntsgewijze bespreking van de gevoerde verweren volgt voorts dat het - als feitelijke grondslag voor zijn beslissingen - aannemelijk heeft geacht dat de aan [betrokkene 1] gedane toezeggingen hieruit bestonden dat het openbaar ministerie een positief advies zou uitbrengen ter zake van een gratieverzoek, met dien verstande dat het advies zou luiden dat de opgelegde gevangenisstraf met éénderde zou worden verminderd; dat het openbaar ministerie het schikkingsvoorstel zou doen dat deze (naar aanleiding van een ingesteld strafrechtelijk financieel onderzoek) ƒ 200.000,= zou betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel; en dat het openbaar ministerie inbeslaggenomen voorwerpen ter waarde van f 19.000,= aan [betrokkene 1] terug zou geven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00cc1bcb48ac9d21dea9a758f7f5aec82c4585284c94e0f6ebe0c10cc8eb38a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00cc1bcb48ac9d21dea9a758f7f5aec82c4585284c94e0f6ebe0c10cc8eb38a2, en de alinea staat in dat document op bytes 59213 tot 60063.