Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002

Alinea 147 Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2761.

58. Wat de andere drie, in het middel bedoelde transporten van cocaïne betreft: uit de stukken valt op te maken dat het arrondissementsparket te Haarlem reeds vóór het uitbrengen van de inleidende dagvaarding aan [betrokkene 1] bekend was met aanwijzingen dat deze daarbij betrokken kon zijn, maar die aanwijzingen onvoldoende heeft geacht om deze feiten ten laste te leggen. Ik wijs op de in hoger beroep overgelegde pleitnota, alwaar de officier van justitie [...] wordt aangehaald die in een intern stuk heeft opgemerkt dat de voorgenomen, met [betrokkene 1] te sluiten, overeenkomst geen sepot ten aanzien van die drie transporten kon meebrengen, aangezien het Haarlemse parket reeds had besloten [betrokkene 1] niet voor die zaken te vervolgen (pleitaantekeningen, p. 24).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00cc1bcb48ac9d21dea9a758f7f5aec82c4585284c94e0f6ebe0c10cc8eb38a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00cc1bcb48ac9d21dea9a758f7f5aec82c4585284c94e0f6ebe0c10cc8eb38a2, en de alinea staat in dat document op bytes 64890 tot 65683.