Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002

Alinea 166 Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2761.

69. Dientengevolge zou het Hof ten onrechte in het midden hebben gelaten hoe nu precies de verhouding tussen [betrokkene 1] en degenen over wie hij is gaan verklaren is geweest met betrekking tot de in de onderhavige zaak te beoordelen strafbare feiten. Eveneens zou het Hof ten onrechte hebben aanvaard dat die verhouding bij het sluiten van de overeenkomst niet nauwkeurig kon worden vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00cc1bcb48ac9d21dea9a758f7f5aec82c4585284c94e0f6ebe0c10cc8eb38a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00cc1bcb48ac9d21dea9a758f7f5aec82c4585284c94e0f6ebe0c10cc8eb38a2, en de alinea staat in dat document op bytes 77961 tot 78372.