Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002
Alinea 232 Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2761.
Klaarblijkelijk en niet onbegrijpelijk heeft het Hof dit onderdeel van het verweer aldus opgevat dat werd betoogd dat onduidelijk is gebleven welk lid of welke leden van het openbaar ministerie het initiatief voor die onderhandelingen hebben genomen, en wat daartoe voor hem of hen de aanleiding is geweest. In hetgeen het Hof onder 'zuiverheid van oogmerk' heeft overwogen ligt besloten dat [...] die persoon is geweest, en dat hij naar de overeenkomst heeft gestreefd omdat hij meende dat daarmee uiteindelijk het 'post-IRT-onderzoek' gediend zou kunnen zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00cc1bcb48ac9d21dea9a758f7f5aec82c4585284c94e0f6ebe0c10cc8eb38a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00cc1bcb48ac9d21dea9a758f7f5aec82c4585284c94e0f6ebe0c10cc8eb38a2, en de alinea staat in dat document op bytes 111328 tot 111902.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/00cc1bcb48ac9d21dea9a758f7f5aec82c4585284c94e0f6ebe0c10cc8eb38a2 | shasum -a 256