Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002

Alinea 243 Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2761.

Daartegen wordt aangevoerd dat die twee verwijten zeer wel kunnen samengaan. De stelling lijkt mij te theoretisch om van belang te kunnen zijn. In de vaststelling dat het niet mogelijk is de officier van justitie [...] (terecht) te verwijten dat hij het boven hem geplaatste gezag verkeerd heeft geïnformeerd door het op onhoudbare gronden voor te spiegelen alsof de deal met [betrokkene 1] van groot belang zou zijn voor het onderzoek naar IRT-kwesties, maar tegelijkertijd het openbaar ministerie te verwijten dat het verborgen heeft gehouden dat 'licht scheppen in de IRT-duisternis' een met de deal beoogd doel was, schuilt onweerlegbare logica.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00cc1bcb48ac9d21dea9a758f7f5aec82c4585284c94e0f6ebe0c10cc8eb38a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00cc1bcb48ac9d21dea9a758f7f5aec82c4585284c94e0f6ebe0c10cc8eb38a2, en de alinea staat in dat document op bytes 118589 tot 119253.