Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002

Alinea 89 Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2761.

31. In de toelichting op het middel wordt aangevoerd dat kennisneming van de 'Carex-stukken' inzicht had kunnen bieden in de haalbaarheid van het appèl in de strafzaak tegen [betrokkene 1]. Dat is naar mijn inzicht niet ter zake. Er kon geen zelfstandig belang toekomen aan de vraag of bij de behandeling van de onderhavige zaak met een zekere mate van waarschijnlijkheid vastgesteld zou kunnen worden dat [betrokkene 1] in hoger beroep veroordeeld had kunnen worden voor het feit waarvan de Rechtbank hem had vrijgesproken. Van belang kon alleen zijn of de betrokken leden van het openbaar ministerie destijds uiteindelijk, na overleg, het oordeel bereikt kunnen hebben dat die veroordeling onwaarschijnlijk leek. Daaromtrent kon het Hof zich in voldoende mate voorgelicht achten door de verklaringen die deze leden van het openbaar ministerie ter terechtzitting hebben afgelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00cc1bcb48ac9d21dea9a758f7f5aec82c4585284c94e0f6ebe0c10cc8eb38a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00cc1bcb48ac9d21dea9a758f7f5aec82c4585284c94e0f6ebe0c10cc8eb38a2, en de alinea staat in dat document op bytes 38322 tot 39216.