Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002
Alinea 95 Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2761.
35. Het is met een doelmatige en evenwichtige rechtspleging, die mede vereist dat belangen van derden niet onnodig worden geschaad en de opsporing van niet aan het oordeel van de rechter onderworpen strafbare feiten niet onnodig wordt bemoeilijkt, niet te verenigen dat de rechter dit oordeel slechts zou mogen gronden op kennisneming van de gegevens die de getuige juist niet wenst te openbaren. De rechter moet de vrijheid worden gelaten om op basis van hetgeen hem in verband met de behandeling van de zaak overigens is gebleken vast te stellen dat niet aannemelijk is dat het als getuige gehoorde lid van het openbaar ministerie gegevens achterhoudt waarover de rechter en de verdediging voor een juiste beoordeling van de te berechten zaak moeten kunnen beschikken, en evenmin aannemelijk is dat de getuige zich ten onrechte op het standpunt stelt dat de bescherming van personen of opsporingsbelangen aan beantwoording van de vraag in de weg moet staan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00cc1bcb48ac9d21dea9a758f7f5aec82c4585284c94e0f6ebe0c10cc8eb38a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00cc1bcb48ac9d21dea9a758f7f5aec82c4585284c94e0f6ebe0c10cc8eb38a2, en de alinea staat in dat document op bytes 42106 tot 43079.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/00cc1bcb48ac9d21dea9a758f7f5aec82c4585284c94e0f6ebe0c10cc8eb38a2 | shasum -a 256