Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002
Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2762.
9. De vervangende hechtenis als bedoeld in art. 24d wordt aangemerkt als een straf (vgl. HR 18 juni 1996, NJ 1996, 735). Art. 24d Sr bevat de verplichting tot het opleggen van vervangende hechtenis. De rechter behoeft derhalve niet te motiveren waarom hij vervangende hechtenis oplegt (vgl. HR 2 februari 1999, NJ 1999, 313, in welke zaak het hof te 's-Gravenhage vervangende hechtenis had opgelegd, terwijl de procureur-generaal geen vervangende hechtenis had gevorderd). Dit is anders wanneer de rechter meer vervangende hechtenis oplegt dan door het openbaar ministerie is gevorderd. Dan moet de rechter in het bijzonder de redenen opgeven die daartoe hebben geleid (vgl. HR 12 mei 1998, LJN ZD8352).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb5ee48d80fa0c2194970ec18f1d744df47879928adbd65001f9d39bab93679d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb5ee48d80fa0c2194970ec18f1d744df47879928adbd65001f9d39bab93679d, en de alinea staat in dat document op bytes 8717 tot 9434.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fb5ee48d80fa0c2194970ec18f1d744df47879928adbd65001f9d39bab93679d | shasum -a 256