Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002

Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2762.

10. Het hof te Amsterdam is bij arrest van 21 januari 1999, NJ 1999, 488 uitvoerig ingegaan op de (tenuitvoerlegging van de) vervangende hechtenis. Daarbij heeft het hof gesteld dat verminderde draagkracht gezien de aard van de vervangende hechtenis niet tot vermindering van het gebruikelijke aantal dagen vervangende hechtenis kan leiden. Uit de wetsgeschiedenis kan ik evenwel niet met zoveel woorden lezen dat de rechter in de oplegging van het aantal dagen beperkt zou zijn. Uit HR 29 juni 1999, NJ 1999, 620 kan zelfs, zoals ik hierboven al heb aangegeven, afgeleid worden dat de rechter bij de vaststelling van de hoogte van de betalingsverplichting en de duur van de vervangende hechtenis rekening mag houden met de wijze van executie en de gevolgen die de oplegging van de sanctie heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb5ee48d80fa0c2194970ec18f1d744df47879928adbd65001f9d39bab93679d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb5ee48d80fa0c2194970ec18f1d744df47879928adbd65001f9d39bab93679d, en de alinea staat in dat document op bytes 9454 tot 10263.