Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002
Alinea 92 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3222.
"Bij een beroep op het discriminatieverbod van art. 26 IVBPR (...) moet eerst beoordeeld worden of de gevallen waarop de belanghebbende zich beroept, wel voldoende vergelijkbaar zijn, vervolgens of zij in significante mate ongelijk behandeld zijn (met name de wetgever hoeft niet op iedere slak zout te leggen) en tenslotte of voor die ongelijke behandeling een objectieve en redelijke rechtvaardigingsgrond voorhanden is. (...) De Hoge Raad erkent een ruime beoordelingsvrijheid bij de vraag of gevallen voldoende vergelijkbaar of juist onvergelijkbaar zijn. Ook bij de vraag of ongelijke gevallen onevenredig ongelijk worden behandeld, geniet de wetgever grote beoordelingsvrijheid. Volgens de Hoge Raad levert een onevenredig ongelijke behandeling pas een verboden discriminatie op bij 'een overduidelijke onevenredigheid'.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8862ced668d2b140fa3b4b84956319aab9cedfae9eab7aaf31b67f1f2579b40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8862ced668d2b140fa3b4b84956319aab9cedfae9eab7aaf31b67f1f2579b40, en de alinea staat in dat document op bytes 42498 tot 43337.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c8862ced668d2b140fa3b4b84956319aab9cedfae9eab7aaf31b67f1f2579b40 | shasum -a 256