Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002

Alinea 98 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3222.

7.10 In dat kader is van belang dat het verschil niet (rechtstreeks) volgt uit het overgangsrecht, zoals dat is vervat in artikelen III en IV van de Wet van 23 december 1994, Stb. 1994/937, maar uit het verschil tussen art. 51, derde lid in verbinding met het eerste lid, Wet IB 1964 en art. 20, tweede lid, Wet Vpb. 1969. De IB-ondernemer aan wie geen verliesvaststellingsbeschikking is afgegeven kan zijn verliezen - voorzover niet bij beschikking vastgesteld - niet onbeperkt voorwaarts verrekenen. Dergelijke verliezen worden, zoals hiervoor reeds werd opgemerkt, het reguliere inkomstenbelastingregime voor niet-ondernemingsverliezen deelachtig. Voor dergelijke verliezen geldt steeds een voorwaartse verrekeningstermijn van acht jaar; een verliesvaststellingsbeschikking is voor de verrekening van deze verliezen niet vereist. In de vennootschapsbelasting bestaan geen andere verliezen dan ondernemingsverliezen. Voor niet bij beschikking vastgestelde verliezen kan dan ook geen ander verrekeningsregime openstaan, omdat er slechts één regime voor één categorie verliezen is. Dit verschil in behandeling vloeit voort uit een verschil in wezen tussen en IB-ondernemers en vennootschapsbelastingplichtige lichamen. Voor de eersten geldt dat zij nog overige inkomensbestanddelen kunnen hebben, waarvoor een eigen verliesverrekeningsregime geldt. Voor vennootschapsbelastingplichtigen bestaat deze modaliteit niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8862ced668d2b140fa3b4b84956319aab9cedfae9eab7aaf31b67f1f2579b40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8862ced668d2b140fa3b4b84956319aab9cedfae9eab7aaf31b67f1f2579b40, en de alinea staat in dat document op bytes 45962 tot 47396.