Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002
Alinea 99 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3222.
7.11 De slotsom moet derhalve luiden dat lichamen en IB-ondernemers ook wat de verliesverrekening betreft te zeer in wezen van elkaar verschillen om een volledige gelijkschakeling van de respectieve regelingen op grond van art. 26 IVBPR te kunnen bewerkstelligen. Van een disproportioneel ongelijke behandeling van ongelijke gevallen is voorts geen sprake. De wetgever is bij de vormgeving van de respectieve verliesverrekeningsregels binnen de grenzen van de hem toekomende beoordelingsmarge gebleven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8862ced668d2b140fa3b4b84956319aab9cedfae9eab7aaf31b67f1f2579b40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8862ced668d2b140fa3b4b84956319aab9cedfae9eab7aaf31b67f1f2579b40, en de alinea staat in dat document op bytes 47416 tot 47931.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c8862ced668d2b140fa3b4b84956319aab9cedfae9eab7aaf31b67f1f2579b40 | shasum -a 256