Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002
Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3264.
1.5 Het Hof overwoog dat het, gelet op het bepaalde in art. 27e AWR, op de weg van belanghebbende lag overtuigend aan te tonen dat de uitspraak op het bezwaar onjuist was. Belanghebbende diende daartoe te doen blijken dat het niet in rekening brengen van rente door Plc aan belanghebbende was gelegen in de tot 15 maart 1996 bestaande aandeelhoudersrelatie. Omdat belanghebbende gedurende een reeks van jaren verliezen had geleden, haar vermogen in de boekjaren 1992/1993 tot en met 1994/1995 aanzienlijk negatief was en haar financiële situatie volgens het Hof deplorabel was, kon een zakelijk handelende schuldeiser naar 's Hofs oordeel afzien van het in rekening brengen van rente. Voorts had de huidige aandeelhouder in belanghebbende bij overname van de aandelen op 15 maart 1996 geen rentevordering op belanghebbende overgenomen van Plc. De huidige gemachtigde van belanghebbende heeft zich niet op de hoogte kunnen stellen van de beweegredenen van de voormalige aandeelhouders om van het bedingen van rente af te zien. Op grond van een en ander kwam het Hof tot het oordeel dat het beroep van belanghebbende ongegrond was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5dabc98ff9f9f81eb9b3d83f0707cf440c5f56dd3ba1c7599b7e2af1991cbf7f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5dabc98ff9f9f81eb9b3d83f0707cf440c5f56dd3ba1c7599b7e2af1991cbf7f, en de alinea staat in dat document op bytes 7036 tot 8179.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5dabc98ff9f9f81eb9b3d83f0707cf440c5f56dd3ba1c7599b7e2af1991cbf7f | shasum -a 256