Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3264.

2.1 Een ambtshalve opgelegde nihilaanslag lijkt een contradictio in terminis te zijn. Uiteraard geldt in algemene zin, op grond van art. 11, tweede lid, AWR, dat de inspecteur de bevoegdheid heeft de aanslag ambtshalve vast te stellen. Echter, ingeval de belastingplichtige geen aangifte heeft gedaan(6) en de berekening van de belasting niet tot een positief bedrag leidt, wordt geen aanslag vastgesteld, aldus art. 25a Wet Vpb. 1969. De verhouding tussen de beide bepalingen is aldus dat de algemene bevoegdheid van art. 11, derde lid, AWR (lex generalis) wordt beperkt door het bepaalde in art. 25a Wet Vpb. 1969 (lex specialis). Aan de wetsgeschiedenis van laatstgenoemde bepaling kan het volgende worden ontleend:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5dabc98ff9f9f81eb9b3d83f0707cf440c5f56dd3ba1c7599b7e2af1991cbf7f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5dabc98ff9f9f81eb9b3d83f0707cf440c5f56dd3ba1c7599b7e2af1991cbf7f, en de alinea staat in dat document op bytes 10331 tot 11062.