Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3264.

Art. 25a Wet Vpb. 1969 is derhalve ingevoerd om het aantal voor de afwikkeling van de belastingheffing over enig jaar vereiste beschikkingen te reduceren tot één beschikking, zijnde de na een tijdige aangifte opgelegde nihil-aanslag.(8) In de tekst van art. 25a is deze bedoeling slechts met moeite terug te lezen.(9) Met name het eerste lid heeft een dwingendrechtelijk karakter. Dit karakter staat mijns inziens in de weg aan het ambsthalve opleggen van een nihilaanslag. Zonder aangifte blijft het opleggen van een nihilaanslag derhalve achterwege. De wetgever heeft zich dit inmiddels overigens gerealiseerd, want sinds 1 januari 2002 bevat art. 25a Wet Vpb. 1969 expliciet de mogelijkheid van een ambtshalve opgelegde nihilaanslag.(10) Het is echter de vraag wat de rechtsgevolgen zijn van een in strijd met art. 25a Wet Vpb. 1969 ambtshalve opgelegde nihilaanslag. Is een dergelijke aanslag nietig, dan wel vernietigbaar?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5dabc98ff9f9f81eb9b3d83f0707cf440c5f56dd3ba1c7599b7e2af1991cbf7f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5dabc98ff9f9f81eb9b3d83f0707cf440c5f56dd3ba1c7599b7e2af1991cbf7f, en de alinea staat in dat document op bytes 12453 tot 13395.