Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002

Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3264.

6.3 Uit het in paragrafen 2 en 3 overwogene volgt dat het het tweede cassatiemiddel gegrond is, met dien verstande dat de opvatting van belanghebbende dat het Hof haar niet-ontvankelijk had moeten verklaren onjuist is. Het betoog van belanghebbende dat een in strijd met art. 25a Wet Vpb. 1969 opgelegde aanslag onbevoegdelijk is genomen is echter juist, indien daarin wordt gelezen dat belanghebbende zich op de vernietigbaarheid van de aanslag beroept. Een in strijd met art. 25a Wet Vpb. 1969 ambtshalve opgelegde nihilaanslag is vernietigbaar. Vernietiging van de aanslag leidt voorts tot vernietiging van de verliesvaststellingsbeschikking. Wettekst en wetsgeschiedenis laten geen andere gevolgtrekking toe dan dat eerst een verliesvaststellingsbeschikking wordt gegeven nadat de belastingplichtige aangifte heeft gedaan. Het bieden van rechtszekerheid is uitdrukkelijk gekoppeld aan de aangifte. Zoals hierna zal worden uiteengezet kan het tweede middel echter niet tot cassatie leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5dabc98ff9f9f81eb9b3d83f0707cf440c5f56dd3ba1c7599b7e2af1991cbf7f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5dabc98ff9f9f81eb9b3d83f0707cf440c5f56dd3ba1c7599b7e2af1991cbf7f, en de alinea staat in dat document op bytes 39208 tot 40214.