Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002

Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3264.

6.7 Belanghebbende beoogt een toekomstige bezwaar- en/of beroepsprocedure zonder verzwaring van de bewijslast ex art. 26, zesde lid en art. 27e AWR te voeren. Zoals in paragraaf 5 reeds is uiteengezet zal zulks belanghebbende echter niet baten. Ook indien belanghebbende zou worden gevolgd in haar stelling dat het afzien van rentebetalingen op onzakelijke gronden was gestoeld, kan van het in aftrek brengen van de op verleden jaren betrekking hebbende rente in het boekjaar 1995/1996 geen sprake zijn. Voor een dergelijke aftrek is slechts plaats indien en voorzover ultimo boekjaar 1995/1996 een reële verplichting tot betaling van rente bestaat. 's Hofs uitspraak en de gedingstukken laten echter geen andere conclusie toe dan dat van een reële rentebetalingsverplichting alstoen geen sprake (meer) was. De door belanghebbende beoogde renteaftrek lijkt mij dan ook op geen enkele grond mogelijk. Omdat belanghebbende aldus geen belang bij vernietiging van de aangevallen uitspraak heeft, dient het cassatieberoep ongegrond te worden verklaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5dabc98ff9f9f81eb9b3d83f0707cf440c5f56dd3ba1c7599b7e2af1991cbf7f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5dabc98ff9f9f81eb9b3d83f0707cf440c5f56dd3ba1c7599b7e2af1991cbf7f, en de alinea staat in dat document op bytes 42573 tot 43635.