Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002
Alinea 104 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3269.
"- 11. `Vrijvalwinst' behoeft in casu, naar mag worden aangenomen, pas te worden geconstateerd uiterlijk bij het einde van het faillissement door het verbindend worden van de slotuitdelingslijst. Zoals A-G Wattel (onderdeel 7.23 van zijn conclusie) terecht opmerkt, belichaamt de te dier zake opgelegde aanslag geen faillissementsschuld en geen boedelschuld, maar een niet-verifieerbare postfaillissementsschuld waarvan de invordering feitelijk als illusoir moet worden beschouwd. Of dit nu zo rampzalig is (zoals door de fiscus voorgesteld), is nog maar de vraag. Wellicht in incidentele gevallen, maar veelal zullen andere belastingschulden (ik denk daarbij aan loon- en omzetbelasting) zodanig van omvang zijn dat deze al niet volledig kunnen worden ingevorderd."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c0ca2e6ee8d383ecf47c74d709da96ad7e3a8a764e0300d89dd119dfa89e884. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c0ca2e6ee8d383ecf47c74d709da96ad7e3a8a764e0300d89dd119dfa89e884, en de alinea staat in dat document op bytes 37678 tot 38457.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3c0ca2e6ee8d383ecf47c74d709da96ad7e3a8a764e0300d89dd119dfa89e884 | shasum -a 256