Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002

Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3269.

In deze zaak is wederom de heffing van de vennootschapsbelasting ter zake van de vrijval van schulden aan de orde. In Uw arrest van HR 14 juni 2000, BNB 2000/269 na conclusie van mijn ambtgenoot Wattel en m.nt. G.T.K. Meussen (hierna: Fokker I-arrest) oordeelde U dat ultimo 1998 de omvang van de schulden die niet (volledig) zullen worden voldaan onzeker was, zodat ter zake daarvan geen (vrijval)winst hoefde te worden genomen. In de onderhavige procedure is in geschil of winstneming ter zake van de vrijvalwinst in 1999 respectievelijk 2000 wel verplicht is. Voorts is de toepassing van de kwijtscheldingswinstvrijstelling in geschil, en speelt een ontvankelijkheidskwestie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c0ca2e6ee8d383ecf47c74d709da96ad7e3a8a764e0300d89dd119dfa89e884. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c0ca2e6ee8d383ecf47c74d709da96ad7e3a8a764e0300d89dd119dfa89e884, en de alinea staat in dat document op bytes 4787 tot 5478.