Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002
Alinea 150 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3269.
Het Hof overweegt dat de stelling van de Inspecteur is terug te voeren op de in Fokker I ingenomen "communicerende vaten"-benadering.(19) Dat nu bestrijdt de Staatssecretaris. Volgens hem heeft de Inspecteur zijn stelling thans gebaseerd op de maatstaven in het Fokker I-arrest. Voor zover het middel erover klaagt dat het Hof de stelling van de Inspecteur verkeerd heeft opgevat (of hem "valselijk" heeft "beticht" van het blijven aanhangen van de "communicerende vaten-leer") faalt het wegens gebrek aan belang. In cassatie dient immers slechts te worden onderzocht of het Hof vormen heeft verzuimd of - waar het hier om gaat - het recht heeft geschonden. Onderzocht dient derhalve te worden of het Hof een verkeerde maatstaf heeft aangelegd. De Staatssecretaris heeft wat dat betreft betoogd dat winstneming dient te geschieden indien het realiteitsbeginsel de overhand verkrijgt op het voorzichtigheidsbeginsel en dat het Hof uitgaat van een onjuiste rechtsopvatting doordat het niet van geval tot geval het moment van winstneming beoordeelt maar aanknoopt bij het verbindend worden van de slotuitdelingslijst en aldus te weinig aansluiting zoekt bij goed koopmansgebruik.(20) Ik meen dat het middelonderdeel faalt wegens gemis aan feitelijke grondslag voor zover wordt betoogd dat het Hof niet aansluit bij de door U in het Fokker I-arrest gegeven criteria. In de rechtsoverwegingen 5.2.5., 5.2.7 en 5.2.8. blijkt het tegendeel. Ik merk daarbij op dat het Hof het verbindend worden van de slotuitdelingslijst niet per definitie doch slechts als beginsel als moment van winstneming ziet. Uit r.o. 5.2.8. blijkt bovendien dat het Hof heeft beoordeeld of er grond is om in casu, gelet op de feiten en omstandigheden van het geval, een uitzondering te maken. Ook voor zover het middelonderdeel erover klaagt dat het Hof de door U gegeven criteria onjuist heeft uitgelegd faalt het mijns inziens. Het Hof heeft immers in r.o. 5.2.8. terecht als toets aangelegd "dat (zo goed als) vaststaat welke schulden niet zullen worden voldaan en zullen vrijvallen, en (...) dat de omvang van het voordeel terzake van die vrijval van schulden vaststaat (...)".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c0ca2e6ee8d383ecf47c74d709da96ad7e3a8a764e0300d89dd119dfa89e884. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c0ca2e6ee8d383ecf47c74d709da96ad7e3a8a764e0300d89dd119dfa89e884, en de alinea staat in dat document op bytes 60509 tot 62671.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3c0ca2e6ee8d383ecf47c74d709da96ad7e3a8a764e0300d89dd119dfa89e884 | shasum -a 256