Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002

Alinea 167 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3269.

Het tweede middelonderdeel b betoogt dat de achtergestelde vorderingen ten gevolge van de faillissementswet reeds teloor zijn gegaan, zodat de kwijtschelding geen betekenis heeft. Dat betoog miskent het wezen en de bestaansreden van de kwijtscheldingswinstvrijstelling. De omstandigheid dat de schulden feitelijk teloor zijn gegaan, brengt juist met zich mee dat geacht moet worden te zijn voldaan aan de voorwaarde dat de schulden niet voor verwezenlijking vatbaar zijn, zodat de kwijtscheldingswinstvrijstelling juist toepassing vindt. Verder: voor zover met het onderdeel mocht worden betoogd dat de schulden civielrechtelijk zijn verdwenen gaat het uit van een onjuiste rechtsopvatting. Voor zover wordt betoogd dat de achtergestelde schulden feitelijk geen betekenis hebben, kan dat niet aan de faillissementswet worden toegeschreven, doch aan de insolvabiliteit van de belanghebbende. Overigens geldt hetzelfde als ik bij de bespreking van het eerste middelonderdeel heb opgemerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c0ca2e6ee8d383ecf47c74d709da96ad7e3a8a764e0300d89dd119dfa89e884. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c0ca2e6ee8d383ecf47c74d709da96ad7e3a8a764e0300d89dd119dfa89e884, en de alinea staat in dat document op bytes 68472 tot 69473.