Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002

Alinea 186 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3269.

Ook rechtsvorderingen van de gezamenlijke schuldeisers die de gefailleerde niet toekomen, zoals de vordering uit onrechtmatige daad van een derde waardoor de schuldeisers benadeeld zijn, worden door de curator ingesteld (vgl. HR 14 januari 1983, NJ 1983, 597; HR 8 november 1991, NJ 1992, 174 en HR 23 december 1994, NJ 1996, 628). Maar de vraag is of hij ook voor de failliet kan opkomen tegen crediteuren van schulden die zijn opgekomen na faillietverklaring en die geen boedelschulden in de zin van art. 24 Fw zijn. Mijns inziens is dat niet het geval: procedures over die schulden zijn voor de afwikkeling van het faillissement niet van belang, en de gefailleerde blijft bevoegd om als eiser of gedaagde op te treden in een procedure met betrekking tot bovengenoemde schulden.(33)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c0ca2e6ee8d383ecf47c74d709da96ad7e3a8a764e0300d89dd119dfa89e884. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c0ca2e6ee8d383ecf47c74d709da96ad7e3a8a764e0300d89dd119dfa89e884, en de alinea staat in dat document op bytes 76817 tot 77614.