Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002

Alinea 187 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3269.

10.1.3 In zijn conclusie voor het Fokker I-arrest heeft A-G Wattel betoogd dat indien ingevolge art. 7 Wet IB 1964 van een belastingschuld ter zake van vrijval van schulden kan worden gesproken, de te dier zake opgelegde aanslag een niet-verifieerbare postfaillissementsschuld belichaamt, dat wil zeggen een schuld die is opgekomen na faillietverklaring en die geen boedelschuld in de zin van art. 24 Fw is.(34) A-G Wattel betoogde daartoe dat de vrijval - als zij plaats zou vinden - opgeroepen wordt door de kracht van gewijsde van de slotuitdelingslijst (onderdeel 7.19-20 van zijn conclusie voor het Fokker I-arrest), en dat geen sprake is van een boedelschuld, omdat dat niet uit de wet volgt (dat wil zeggen, uit de wet vloeit weliswaar de schuld voort, doch niet het karakter van boedelschuld) en de boedel niet bij de aanslag of de (fiscale) vrijval gebaat is (onderdeel 7.21-22 van zijn conclusie voor het Fokker I-arrest). Ik sluit mij daarbij gaarne aan. U vergelijke de uitspraak van de rechtbank te Groningen, 12 december 2000, V-N 2001/3.25, waarin de rechtbank ten aanzien van een aanslag waterschapsbelasting die materieel was verschuldigd over de faillissementsperiode overwoog:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c0ca2e6ee8d383ecf47c74d709da96ad7e3a8a764e0300d89dd119dfa89e884. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c0ca2e6ee8d383ecf47c74d709da96ad7e3a8a764e0300d89dd119dfa89e884, en de alinea staat in dat document op bytes 77634 tot 78842.