Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002

Alinea 203 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3269.

10.1.8 Van advocaten mag geen schriftelijke machtiging worden gevraagd (art. 8:24, lid 3, AWB). Van hen wordt verwacht dat zij vertegenwoordigingsbevoegd zijn indien zij dat zeggen. In casu stelt mr. Mees evenwel dat hij niet bevoegd is om de belanghebbende te vertegenwoordigen. Ik meen dat wanneer de indiener van een beroepschrift zelf stelt onbevoegd te zijn, hij in beginsel niet-ontvankelijk verklaard moet worden. Dat is anders wanneer hij zelf aangeeft op welk punt hij meent niet-ontvankelijk te zijn, en het standpunt op een onjuiste rechtsopvatting blijkt te berusten. In casu meent mr. Mees onbevoegd te zijn om de belanghebbende te vertegenwoordigen, aangezien de Curatoren onbevoegd zijn om de belanghebbende te vertegenwoordigen. Zoals ik onder 9.1.4 betoogde, zijn de Curatoren daartoe wel bevoegd, zodat dit betoog faalt. Mocht U evenwel van mening zijn dat de Curatoren onbevoegd zijn om (cassatie)beroep namens de belanghebbende in te stellen, en dat sprake is van twee beroepen in de zin van de AWB, dan moet worden aangenomen dat mr. Mees, niettegenstaande art. 8:24, lid 3, AWB, niet vertegenwoordigingsbevoegd is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c0ca2e6ee8d383ecf47c74d709da96ad7e3a8a764e0300d89dd119dfa89e884. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c0ca2e6ee8d383ecf47c74d709da96ad7e3a8a764e0300d89dd119dfa89e884, en de alinea staat in dat document op bytes 86489 tot 87638.