Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002

Alinea 206 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3269.

10.2.2 Indien U van mening bent dat de Curatoren niet bevoegd waren om beroep in te stellen, dan betekent dat mijns inziens nog niet dat het Hof een niet-ontvankelijkverklaring had moeten uitspreken. Zoals ik onder 10.1.6 heb betoogd, wordt ingevolge art. 8:70, onderdeel b, AWB niet de insteller van het beroep doch het beroep op ontvankelijkheid getoetst. Naar mijn mening is er - nu slechts één beroepschrift is ingediend - sprake van één beroep. Wanneer nu dat beroep is ingesteld door tenminste één daartoe bevoegde persoon, is mijns inziens het beroep ontvankelijk. Mijns inziens was de belanghebbende bevoegd om beroep bij het Hof in te stellen. Anders dan de belanghebbende betoogt, staat niet vast dat de belanghebbende mr. Mees niet had gemachtigd. De afwezigheid van een machtiging kan immers niet worden afgeleid uit de ongeldigheid van een andere machtiging. Er is ook niet gesteld dat een machtiging niet bestond. Er kan dan ook hooguit onzekerheid bestaan over het bestaan van een machtiging. Wordt de bevoegdheid om beroep in te stellen in dat geval niet betwist, dan is het Hof niet verplicht om te onderzoeken of de indiener van het beroepschrift een geldige machtiging heeft (HR 23 juni 1999, BNB 1999/328, na concl. A-G Van den Berge en m.nt. D. Juch). In cassatie moet er derhalve vanuit worden gegaan dat mr. Mees was gemachtigd om namens de belanghebbende beroep in te stellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c0ca2e6ee8d383ecf47c74d709da96ad7e3a8a764e0300d89dd119dfa89e884. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c0ca2e6ee8d383ecf47c74d709da96ad7e3a8a764e0300d89dd119dfa89e884, en de alinea staat in dat document op bytes 87953 tot 89372.