Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002

Alinea 208 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3269.

10.3.1 Het tweede middel houdt zoals gezegd in dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat vrijval van onbetaald gebleven schulden voor de toepassing van art. 7 Wet IB 1964 een belast voordeel uit onderneming vormt dat alleen op de voet van art. 8, lid 1, aanhef en onderdeel c, Wet IB 1964 onder omstandigheden is vrijgesteld. De term 'vrijval' impliceert dat een schuld verdwijnt zodat winst wordt gerealiseerd. De stelling van het Hof dat vrijval van onbetaald gebleven schulden voor de toepassing van art. 7 Wet IB 1964 een belast voordeel vormt tenzij de kwijtscheldingswinstvrijstelling van toepassing is, kan naar mijn mening dan ook niet met vrucht worden bestreden. Gelet op de toelichting op het middel beoogt het middel kennelijk te bestrijden dat sprake is van vrijval indien schulden onbetaald blijven. Naar ik meen heeft U in het Fokker I-arrest evenwel beslist dat de omstandigheid dat vaststaat of zo goed als zeker is dat bepaalde schulden niet of niet volledig zullen worden voldaan een voordeel inhoudt dat tot de winst in de zin van art. 7 Wet IB 1964 behoort.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c0ca2e6ee8d383ecf47c74d709da96ad7e3a8a764e0300d89dd119dfa89e884. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c0ca2e6ee8d383ecf47c74d709da96ad7e3a8a764e0300d89dd119dfa89e884, en de alinea staat in dat document op bytes 89464 tot 90559.