Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002

Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3269.

Aan de eerste voorwaarde was volgens het Hof voldaan aangezien gesteld noch gebleken was dat de achtergestelde vordering van FAD BV om een andere reden dan de toestand van het vermogen van belanghebbende niet te verwezenlijken zou zijn, en evenmin gesteld of gebleken was dat die vordering op het vermogen van een derde zou kunnen worden verhaald. Ook aan de tweede voorwaarde was volgens het Hof voldaan. Het Hof verwierp de stellingen van de Inspecteur dat geen sprake kon zijn van kwijtschelding in de zin van de bedoelde bepaling indien het faillissement eindigt door het verbindend worden van de slotuitdelingslijst, en dat sprake zou zijn van misbruik van de kwijtscheldingswinstvrijstelling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c0ca2e6ee8d383ecf47c74d709da96ad7e3a8a764e0300d89dd119dfa89e884. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c0ca2e6ee8d383ecf47c74d709da96ad7e3a8a764e0300d89dd119dfa89e884, en de alinea staat in dat document op bytes 23047 tot 23759.