Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002
Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3269.
6.2.1 Het cassatieberoep is ingesteld door belanghebbende alsmede door de Curatoren. De indiener van het incidentele cassatieberoepschrift, mr. Mees, stelt dat hij zijn machtiging om de belanghebbende te vertegenwoordigen aan de daartoe onbevoegde Curatoren ontleent, zodat de belanghebbende niet ontvankelijk moet worden verklaard. Die stelling steunt op de stelling van de belanghebbende dat de aanslagen geen boedelschuld vormen en daarom de boedel niet kunnen raken. De Curatoren zijn volgens mr. Mees wel ontvankelijk in hun cassatieberoep, aangezien zij door het Hof als procespartij werden aangemerkt en rechtsgeldig door mr. Mees vertegenwoordigd worden. Het standpunt van mr. Mees dat hij vertegenwoordigingsonbevoegd is, wekt, evenals het eerste cassatiemiddel, wellicht enige verwondering. Dat standpunt lijkt te zijn ingegeven door de wens om aan U een antwoord te ontlokken op de vraag of de vordering van de fiscus een boedelschuld vormt (zie 10.1-10.2).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c0ca2e6ee8d383ecf47c74d709da96ad7e3a8a764e0300d89dd119dfa89e884. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c0ca2e6ee8d383ecf47c74d709da96ad7e3a8a764e0300d89dd119dfa89e884, en de alinea staat in dat document op bytes 24217 tot 25200.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3c0ca2e6ee8d383ecf47c74d709da96ad7e3a8a764e0300d89dd119dfa89e884 | shasum -a 256