Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3345.

2.10 In art. 228 lid 2 aanhef en onder b Rv. oud wordt vervolgens bepaald dat het verzoekschrift de punten dient te bevatten waaromtrent het oordeel der deskundigen wordt gevraagd. Deze bepaling is niet nader toegelicht en dient m.i. dan ook op dezelfde wijze te worden uitgelegd als art. 215 lid 3 aanhef en onder b Rv. oud. Laatstgenoemde bepaling strekt ertoe dat de verzoeker het feitelijk gebeuren waarover hij getuigen wil doen horen zodanig omschrijft dat voor de rechter die op het verzoek moet beslissen, voor de rechter voor wie het verhoor zal worden gehouden alsmede voor de wederpartij voldoende duidelijk is op welk feitelijk gebeuren het verhoor betrekking zal hebben(14). Het verzoekschrift zal derhalve de kern van de feiten dienen te bevatten die als grondslag van een vordering in aanmerking komen(15).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea645cb6c895ae3e08c106f054261c42e8e286e8d3752c84f27f71fee49d71d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea645cb6c895ae3e08c106f054261c42e8e286e8d3752c84f27f71fee49d71d6, en de alinea staat in dat document op bytes 16207 tot 17041.