Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3345.
2.11 [Verzoeker] heeft in eerste aanleg gesteld dat [verweerster 1] in eendrachtige samenwerking met [verweerder 2] gelden aan zijn bankrekening heeft onttrokken (verzoekschrift sub 13) en dat hij is geconfronteerd met een hem onbekende overeenkomst tussen hemzelf en [verweerster 1] betreffende de financiering van de door [verweerster 1] bewoonde woning (verzoekschrift sub 14) en dat hij in dat kader vragen aan de deskundige had. Als grondslag van zijn vordering noemde hij toen het doen van rekening en verantwoording als bedoeld in art. 3: 173 BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea645cb6c895ae3e08c106f054261c42e8e286e8d3752c84f27f71fee49d71d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea645cb6c895ae3e08c106f054261c42e8e286e8d3752c84f27f71fee49d71d6, en de alinea staat in dat document op bytes 17080 tot 17646.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea645cb6c895ae3e08c106f054261c42e8e286e8d3752c84f27f71fee49d71d6 | shasum -a 256