Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3347.

6. Het Hof heeft in rechtsoverweging 2.3 vastgesteld wat ten aanzien van de man is gebleken en in rechtsoverweging 2.4 wat ten aanzien van de vrouw is gebleken. Het Hof heeft geconcludeerd dat de vrouw een AAW-uitkering van het GAK ontvangt, dat zij tot januari 2000 huurinkomsten van f 400,- per maand heeft genoten en dat in redelijkheid mag worden verwacht dat de jongste zoon aan de vrouw een vergoeding betaalt voor kost en inwoning. Het Hof heeft geconcludeerd dat de vrouw "gelet op de welstand van partijen tijdens hun huwelijk, behoefte heeft aan een nader te noemen uitkering tot haar levensonderhoud". Het Hof heeft vervolgens de draagkracht van de man beoordeeld en is tot de slotsom gekomen dat een door de man te betalen uitkering tot levensonderhoud van f 600,- in overeenstemming is met de wettelijke maatstaven. Het Hof overwoog daartoe in rechtsoverweging 3.6 het volgende in reactie op het betoog van de vrouw dat de man een inkomen uit zijn onderneming zou moeten kunnen genereren zoals partijen dat in de jaren 1995 en 1996 gewend waren:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/16a74eb9cfe0fc3bf9099ca2c76fae073972c97b49f9e0e506e9951d60b7e8fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 16a74eb9cfe0fc3bf9099ca2c76fae073972c97b49f9e0e506e9951d60b7e8fd, en de alinea staat in dat document op bytes 8231 tot 9302.