Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3348.
7. Dit middel ziet eraan voorbij dat ook in een situatie waarin het kind nog slechts korte tijd bij de moeder verblijft (in casu na een verblijf bij zijn grootmoeder van moederszijde), in geval van voortzetting van dat verblijf kan worden gesproken van continuteit van het verblijf en daarmee ook van het belang van continuïteit van dat verblijf. Voorzover middelonderdeel 1a ervan uitgaat dat [het kind] nog steeds bij zijn grootmoeder woont, mist het feitelijke grondslag nu het Hof in rechtsoverweging 2 onbestreden heeft vastgesteld dat [het kind] inmiddels vanaf eind januari 2001 bij zijn moeder woont. Bij de beantwoording van de vraag bij wie het kind verder zijn hoofdverblijfplaats zal hebben, heeft het Hof terecht de opvoedcapaciteiten van de ouders en niet die van de grootmoeder bij wie het kind eerder verbleef, van belang geacht; het Hof heeft voorts in cassatie onbestreden vastgesteld dat de opvoedkwaliteiten van de ouders niet voor elkaar onder doen. In dat licht bezien is niet onbegrijpelijk 's Hofs oordeel dat het belang van de continuteit in casu de doorslag geeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab4cc8098873834a5457336cdd33684900c9491532ccea27370ff4b0924bd370. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab4cc8098873834a5457336cdd33684900c9491532ccea27370ff4b0924bd370, en de alinea staat in dat document op bytes 12753 tot 13857.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ab4cc8098873834a5457336cdd33684900c9491532ccea27370ff4b0924bd370 | shasum -a 256