Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3350.

Evenmin is juist dat de beslissing in de LOB-procedure het vereiste van toetsbaarheid (en dus kennisneming) door (uitsluitend) de rechter in elk geval niet doorkruist. Art. 8:29 lid 2 Awb laat minst genomen de mogelijkheid open, dat, als een verzoek om informatie, vervat in de over te leggen stukken, ingevolge de Wet openbaarheid van bestuur niet behoeft te worden ingewilligd, tevens van gewichtige redenen als bedoeld in art. 8:29 Awb sprake is.(30) Naar Antilliaans recht, waarin inmiddels - krachtens art. 24 lid 2 LAR - in verband met de LOB een vergelijkbare voorziening als die van art. 8:29 lid 2 Awb geldt, moet naar mijn mening, óók voor het verleden, hetzelfde worden aangenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/53338adbec7d4ee666f5b67bf4ead84ede4ce8ed8918c05153034c9b8242e5ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 53338adbec7d4ee666f5b67bf4ead84ede4ce8ed8918c05153034c9b8242e5ab, en de alinea staat in dat document op bytes 33174 tot 33881.