Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Alinea 99 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3350.
Als in art. 4:7 Awb al besloten ligt dat (niettemin) een algemene hoorplicht geldt, in die zin, dat het bestuursorgaan zich over feiten en belangen die de aanvrager direct betreffen, géén oordeel vormt zonder zich van de zienswijze van de aanvrager op de hoogte te stellen, meen ik dat de bepaling niet als louter codificerend kan worden opgevat en dat van een (analoge) gelding daarvan in de Nederlandse Antillen niet kan worden uitgegaan. In de literatuur is er op gewezen, dat onder het oude recht geen algemene hoorplicht gold, maar voor veel gevallen op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel een hoorplicht werd aangenomen, waarbij werd gelet op het karakter van het te nemen besluit en de mate waarin de rechten of belangen van de burger werden aangetast. Ook is er op gewezen dat de Awb op het punt van de hoorplicht een aanzienlijke versterking van de positie van de belanghebbende burger met zich heeft gebracht.(36) Naar ik meen, moet de literatuur in dit verband worden bijgevallen, alhoewel aan de parlementaire behandeling in verband met de hoorplicht ook aanwijzingen voor een op codificatie gerichte intentie kunnen worden ontleend.(37)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/53338adbec7d4ee666f5b67bf4ead84ede4ce8ed8918c05153034c9b8242e5ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 53338adbec7d4ee666f5b67bf4ead84ede4ce8ed8918c05153034c9b8242e5ab, en de alinea staat in dat document op bytes 48965 tot 50131.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/53338adbec7d4ee666f5b67bf4ead84ede4ce8ed8918c05153034c9b8242e5ab | shasum -a 256