Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 november 2002

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 12 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3360.

"In artikel 53, eerste lid, van de wet is bepaald dat de in een tijdvak verschuldigd geworden accijns op aangifte moet worden voldaan. Deze bepaling brengt met zich dat de artikelen 19 tot en met 22 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van toepassing zijn. Deze bepalingen hebben betrekking op de heffing van belasting bij wege van voldoening of afdracht op aangifte van de in een tijdvak verschuldig geworden accijns. Bij de gevallen als bedoeld in de aritkelen 2a, 2b, 2c, tweede lid, 2d en f is het naar mijn mening niet gewenst om artikel 53, eerste lid, toe te passen. Dit zou immers betekenen dat aan de desbetreffende belastingplichtige na de ontvangst van de goederen nog een termijn van een maand wordt gegund om de accijns op aangifte te voldoen. Om die reden heb ik ervoor gekozen in de hier bedoelde gevallen een regeling in afwijking van artikel 53 te treffen. Hierbij is ook artikel 19, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, waarin is bepaald dat de belasting moet worden voldaan binnen één maand na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan, niet van toepassing verklaard. Deze regeling is opgenomen in artikel 53a. De aangifte moet worden gedaan en de belasting betaald op de dag na de dag waarop de verschuldigdheid (zie artikel 52a) is ontstaan."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe07fef3e78f981074c071294aa22f14d536e650927c628457b7255d42c08ff4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe07fef3e78f981074c071294aa22f14d536e650927c628457b7255d42c08ff4, en de alinea staat in dat document op bytes 11489 tot 12803.